Amsterdam sluit bordelen en coffeeshops. Blijkbaar is dit zulk groot nieuws dat de belangrijkste Namibische krant besloot het te publiceren. En zo zat ik dus vanmorgen met een kopje koffie aan de keukentafel en het laatste nieuws uit Amsterdam voor mijn neus. De wereld lijkt ineens nogal klein.

Terwijl in Nederland de sjaals en winterjassen van zolder gehaald worden ben ik op zoek naar een nieuw zomerjurkje. Terwijl in Nederland de podloden gescherpt worden voor nóg betere Sinterklaasgedichten dan vorig jaar schalt in mijn supermarkt al weken kerstmuziek door de speakers. Terwijl in Nederland ongetwijfeld de winkelstraten vollopen (kredietcrisis of niet, er moeten kado’s gekocht worden) loopt Windhoek leeg vanwege een lange zomervakantie.

Volgens planning zou ik deze week mijn nieuwe vrienden en collega’s gedag moeten zoenen om, na een laatste tripje net op tijd voor kerst weer in Nederland te zijn. Maar planning en Afrika passen niet bij elkaar. En planning en Jojanneke ook niet geloof ik. Ik blijf dus nog even, tot ongeveer half maart werk ik nog voor de College of the Arts.

Fijne Sinterklaas allemaal. Eet een pepernootje op mij. Dan ga ik intussen op zoek naar een ventilator en een muskietennet.

Het regent…

Vandaag is het International Anti-Poverty Day. Had ik even gemist, maar kwam ik vandaag te weten via een Nederlandse nieuwswebsite. Blijkbaar staan vandaag over de hele wereld miljoenen mensen op (letterlijk) om hun overheden te laten weten dat er tegen armoede gevochten moet worden.
Hier in Namibie is Anti-Armoededag nogal stilletjes voorbij gegaan. Volgens een rapport van de VN leefden in 2005 ongeveer een derde van de Namibiers van minder dan een US-dollar per dag. Dat zal inmiddels niet veel beter zijn. Toch heb ik vandaag niemand op zien staan, in ieder geval niet tegen armoede.
In een Namibische krant werd gisteren uitgelegd waarom niet. Geen geld. Ja, logisch.

“Nee! Dat kan toch niet zo? Waarom is er niemand die hier tegen protesteert?” “Ai toch, zeven jaar wachten op een internetverbinding?” “Jongens, de telefoon doet het niet. Wat? Iemand heeft drie dagen geleden een kabel gestolen? Dat hoeft toch geen drie dagen te kosten?”

Het fijne aan wonen in een nieuw land, en vooral een Afrikaans land, is dat je je nog zo lekker kunt verbazen en opwinden over allerlei zaken. “Daar moet ik een blog over schrijven!” riep ik in het begin nog wel eens. Dan werd er door collega’s gegrinnikt en riep er misschien nog iemand ‘TIA’ ‘This is Africa.’
Het verschil tussen zwart en wit, visumperikelen op het ministerie, Afrikaans time-management, een week lang geen papier in de printer; geregeld stampte ik ronduit geirriteerd ons kantoor binnen om vervolgens ook nog eens recht in mijn gezicht uitgelachen te worden door collega’s.
Inmiddels wind ik me niet zo snel meer op. En ook mijn verbazing over kleine verschilletjes is weggeebt. Moet ik twintig minuten stilstaan bij een kruispunt omdat de president straks langskomt? Is alleen nog een probleem als ik haast heb. En wat is haast? Ik jaag mijn studenten op met de mededeling dat het Zesuurjournaal ook in Namibie om zes uur begint. Mijn collega roept dan ‘morgenavond is er ook weer een zesuurjournaal hoor’.

Jammer is het wel, dat gebrek aan verbazing. Daarom was ik bijna blij toen ik vanmorgen de krant op mijn bureau legde. “Nee! Jongens! De overheid gaat meer dan 20 miljoen dollar beteden aan een nieuw kantoor voor de voormalige president.”
Collega Toivo was verbaasd over andere zaken. ”Krijg nou wat. Op pagina 3 staat een foto van een geit met 8 poten…”

“Wow! Gebruiken ze hier ook ezels? En ik zie mahangu! Eten ze dat hier ook?” Ik ben met twee studenten op weg naar het noorden van het land en besef ineens dat ik misschien wel meer over de regio weet dan zij. Mijn studenten zijn dan wel Namibisch, maar als je in het westen van het land opgroeit kom je nooit in het Noorden.

“Discriminatie tussen zwarte mensen. Daar wil ik het wel eens over hebben…” Ik heb mijn klas gevraagd over welke onderwerpen we het in ons radioprogramma moeten hebben. Discriminatie tussen zwarten? Bestaat dat ook dan? “Ik kom uit Caprivi en daarom noemen ze mij een heks. Ze doen het voor de grap, maar ze menen het wel. Soms moet ik huilen.”

Slice of my World is een radioprogramma waarin we jongeren uit het hele land audiodagboeken laten opnemen. Zo kunnen jongeren uit de ene regio meer te weten komen over jongeren uit de andere regio. En dat is niet het enige. In Slice of my World krijgen ze de kans hun stem te laten horen over allerlei onderwerpen. Bijzonder, want Namibie heeft geen jeugdjournaal, BNN of NOS Headlines.

Slice of my World is de voornaamste reden dat ik in Namibie ben en ik ben dan ook blij dat we deze maand eindelijk gaan uitzenden. Ons programma op de nationale zender van Namibie. Best cool… Het heeft wat zweet gekost, maar op dit moment ligt er een serietje en produceren we in flink tempo meer materiaal. Nu maar hopen dat de jeugd het weet te waarderen.

- De zomer komt. Het is nog steeds stoffig en droog, maar het is overduidelijk tijd voor zomerjurkjes…
- Naast lesgeven en het coordineren van een radioproject ben ik nu ook tv-regisseur. Whoohahaha. Leuek uitdaging…
- Vergeleken met Johannesburg is Windhoek een liefelijk dorp waar mensen elkaar nog gedag zeggen… (helaas stelen ze vijf seconden later je laptop, maar dat is geen goed nieuws, dus dat heb ik niet geschreven…
- Mijn kruidenplantjes leven weer…

_ Er gebeuren positieve dingen in Afrika. Echt waar, ik wist het ook niet, maar lees er alles over op http://www.sagoodnews.co.za/

… Tenminste, dat hebben we geprobeerd uit te leggen tijdens de grote communicatieworkshops van vorige week. Daarom een kleine selectie plaatjes van mijn leven hier.

“Maarre….heb je het nog wel naar je zin?” “Tuurlijk, hoezo?” “Nou, je weblog gaat vooral over problemen, maak je nog wel eens iets leuks mee?”

Oeps.

OK dan. Tijd voor goed nieuws. Ik heb mijn visum! Het is niet in woorden te vatten wat er allemaal moest gebeuren om het stempeltje in mijn paspoort te krijgen. En Kafka-esk beschrijft volgens veel mensen het best de situatie in het ministerie. Maar ik heb hem! (Voor wie het stempel nog niet heeft, de grote doorbraak was bij mij het moment dat ik midden in het ministerie van Home Affairs een totale emotionele en mentale breakdown had, compleet met tranen. Ik weet het niet, het is altijd het proberen waard…)

Binnenkort hopelijk meer positieve zaken op dit blog. Maar eerst ga ik even van de zon genieten in Kaapstad.

Ik was daarnet in het hol van de leeuw, De Derde Verdieping, Het Ministerie van Home Affairs, afdeling Alien Control. Ik snap nu waarom ik nog steeds geen visum heb.

Het begon allemaal zo.
Volgens mensen die het moeten weten moest ik aan de grens een toeristenvisum aanvragen. Vervolgens zou ik bij het minsterie van Home Affairs in de rij gaan staan, een stapel documenten en formulieren inleveren, een smak geld betalen en misschien dan een werkvisum krijgen. Heb ik gedaan. Dat wil zeggen, ik heb alle formulieren ingeleverd en moest daarna wachten op een goedkeuring. Die zou binnen 5 dagen komen. Maar dat is natuurlijk niet zo.
Vervolgens moest ik om de paar dagen terugkomen om naar mijn approvalform te zoeken. Dat op zich is al hilarisch als het niet zo treurig was. Het uiterlijk van de stapel formulieren is elke dag anders. Soms liggen de formulieren bijna op alfabet, maar niet helemaal. Soms zijn ze verdeeld over 5 kleinere mappen. Soms liggen ze in slordige stapels en soms zijn ze verspreid over 4 totaal verschillende mappen. Maar mijn formulier ligt er nooit tussen. 
Daarom deed ik vandaag of ik zou gaan huilen. Dat hielp niet, maar de man achter de balie was mij duidelijk zo zat dat hij me een papiertje met een stempeltje gaf. Derde Verdieping, Esther. Go find her.
Ok. Waar? Oh, om de hoek en dan derde verdieping. Uiteraard moest Esther wel eerst een uur lunchen. Is goed, doe ik dat ook. Na de lunchpauze is het tijd om me over te geven aan het meest communistisch uitziende gebouw van Windhoek. De Derde Verdieping, zo lees ik bij de balie, is een strikte ‘no-go area’ voor bezoekers. Maar na veel heen en weer gebel mag ik naar boven. Na nog meer gezoek vind ik Esther. In een grote grijze ruimte zonder computers maar met enorme (en enorm wankele) stapels met grijze dozen. Op die dozen staan dingen geschreven als ‘Visa 2004′ en ‘Re-entry Visa 2001′. Ik snap nu dus waarom ik nog geen visum heb.
Afijn. Esther vertelde mij net dat ik officieel helemaal geen recht heb op een visum. Waarop ik haar vertel dat ik dat ongehoord en uitermate teleurstellend vind. Waarop zij mij commandeert om komende maandagochtend terug te komen om het op te lossen.
Het ministerie van Home Affairs heeft overal banners hangen met het motto dat ze het meest effectieve, efficiente en betrouwbare ministrie van Namibie wil zijn.

Ik droom er al weken van om iemand met een van die banners te wurgen.

« Vorige PaginaVolgende Pagina »