oktober 2008


Het regent…

Vandaag is het International Anti-Poverty Day. Had ik even gemist, maar kwam ik vandaag te weten via een Nederlandse nieuwswebsite. Blijkbaar staan vandaag over de hele wereld miljoenen mensen op (letterlijk) om hun overheden te laten weten dat er tegen armoede gevochten moet worden.
Hier in Namibie is Anti-Armoededag nogal stilletjes voorbij gegaan. Volgens een rapport van de VN leefden in 2005 ongeveer een derde van de Namibiers van minder dan een US-dollar per dag. Dat zal inmiddels niet veel beter zijn. Toch heb ik vandaag niemand op zien staan, in ieder geval niet tegen armoede.
In een Namibische krant werd gisteren uitgelegd waarom niet. Geen geld. Ja, logisch.

“Nee! Dat kan toch niet zo? Waarom is er niemand die hier tegen protesteert?” “Ai toch, zeven jaar wachten op een internetverbinding?” “Jongens, de telefoon doet het niet. Wat? Iemand heeft drie dagen geleden een kabel gestolen? Dat hoeft toch geen drie dagen te kosten?”

Het fijne aan wonen in een nieuw land, en vooral een Afrikaans land, is dat je je nog zo lekker kunt verbazen en opwinden over allerlei zaken. “Daar moet ik een blog over schrijven!” riep ik in het begin nog wel eens. Dan werd er door collega’s gegrinnikt en riep er misschien nog iemand ‘TIA’ ‘This is Africa.’
Het verschil tussen zwart en wit, visumperikelen op het ministerie, Afrikaans time-management, een week lang geen papier in de printer; geregeld stampte ik ronduit geirriteerd ons kantoor binnen om vervolgens ook nog eens recht in mijn gezicht uitgelachen te worden door collega’s.
Inmiddels wind ik me niet zo snel meer op. En ook mijn verbazing over kleine verschilletjes is weggeebt. Moet ik twintig minuten stilstaan bij een kruispunt omdat de president straks langskomt? Is alleen nog een probleem als ik haast heb. En wat is haast? Ik jaag mijn studenten op met de mededeling dat het Zesuurjournaal ook in Namibie om zes uur begint. Mijn collega roept dan ‘morgenavond is er ook weer een zesuurjournaal hoor’.

Jammer is het wel, dat gebrek aan verbazing. Daarom was ik bijna blij toen ik vanmorgen de krant op mijn bureau legde. “Nee! Jongens! De overheid gaat meer dan 20 miljoen dollar beteden aan een nieuw kantoor voor de voormalige president.”
Collega Toivo was verbaasd over andere zaken. ”Krijg nou wat. Op pagina 3 staat een foto van een geit met 8 poten…”

“Wow! Gebruiken ze hier ook ezels? En ik zie mahangu! Eten ze dat hier ook?” Ik ben met twee studenten op weg naar het noorden van het land en besef ineens dat ik misschien wel meer over de regio weet dan zij. Mijn studenten zijn dan wel Namibisch, maar als je in het westen van het land opgroeit kom je nooit in het Noorden.

“Discriminatie tussen zwarte mensen. Daar wil ik het wel eens over hebben…” Ik heb mijn klas gevraagd over welke onderwerpen we het in ons radioprogramma moeten hebben. Discriminatie tussen zwarten? Bestaat dat ook dan? “Ik kom uit Caprivi en daarom noemen ze mij een heks. Ze doen het voor de grap, maar ze menen het wel. Soms moet ik huilen.”

Slice of my World is een radioprogramma waarin we jongeren uit het hele land audiodagboeken laten opnemen. Zo kunnen jongeren uit de ene regio meer te weten komen over jongeren uit de andere regio. En dat is niet het enige. In Slice of my World krijgen ze de kans hun stem te laten horen over allerlei onderwerpen. Bijzonder, want Namibie heeft geen jeugdjournaal, BNN of NOS Headlines.

Slice of my World is de voornaamste reden dat ik in Namibie ben en ik ben dan ook blij dat we deze maand eindelijk gaan uitzenden. Ons programma op de nationale zender van Namibie. Best cool… Het heeft wat zweet gekost, maar op dit moment ligt er een serietje en produceren we in flink tempo meer materiaal. Nu maar hopen dat de jeugd het weet te waarderen.